Onderwerpen:

  • Hoe, wat, wanneer en waarom rondom de marifoon
  • AIS aan boord, zien en gezien worden
  • De navigatiekaart in uw plotter
  • Het updaten van uw navigatiekaart
  • Inregelen/kalibreren van uw DST810 via de Airmar-app op uw telefoon of tablet

Marifonie aan boord Hoe, wat, wanneer en waarom rondom de marifoon

Voor alle pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 20 meter is in Nederland een marifoon niet verplicht. In België is dat 7 meter. Alle andere schepen zijn verplicht om een marifoon aan boord te hebben. Ook schepen van minder dan 20 meter lengte, maar met een radar aan boord moeten een marifoon hebben.

Een mobiele telefoon is geen toegestaan alternatief voor de marifoon. Dit heeft meerdere redenen:   Het bereik is niet overal gegarandeerd –  Het kan zijn dat de telefonische oproep niet wordt beantwoord – In geval van nood, weten de schippers in de buurt niet dat er noodsituatie aan boord.

Om uw marifoon te mogen bedienen moet u eerst uw certificaat behalen. Er zijn 3 soorten certificaten. Welke u nodig heeft, is afhankelijk van waar en waarmee u vaart.

  • Het Basiscertificaat Marifonie is bedoeld voor het gebruik van maritieme frequentieruimte op vooral de binnenwateren. Vaste- en handheld marifoon.
  • Het Beperkt Certificaat Maritieme Radiocommunicatie (Marcom-B) is bedoeld voor het gebruik van maritieme frequentieruimte op de binnenwateren en vooral de kustwateren.. Vaste- en handheld marifoon, DSC/Combi-marifoon ( binnenvaart/zeevaart omschakelbaar)
  • Het Algemeen Certificaat Maritieme Radiocommunicatie (Marcom-A) is bedoeld voor gebruik van frequentieruimte op zee. Vaste- en handheld marifoon, DSC/Combi-marifoon (binnenvaart/zeevaart omschakelbaar). Examen in het engels.

Na het behalen van de cursus, kunt u online uw bedieningscertificaat aanvragen bij Agentschap Telecom.

Zodra u uw bedieningscertificaat heeft ontvangen, kunt u online uw zendapparatuur registreren bij Agentschap Telecom en uw ATIS-code aanvragen ( inloggen met uw DigiD, klik in het menu op “Nieuwe Zaak” en doe dan de registratie onder “Melding Frequentiebereik Maritiem” ) Na het voltooien van de registratie kunt u binnen 10 minuten uw registratiedocumenten online inzien. Binnen 20 werkdagen ontvangt u uw registratie ook per post.

In uw registratiedocumenten staan de aan u toegekende codes: ATIS = Automatic Transmitter Identification System. MMSI= Maritime Mobile Service Identity

Bij een basiscertificaat hoort een ATIS-code. Bij Marcom-B en Marcom-A certificaat hoort een ATIS-code en MMSI-code.  Deze kunnen in uw marifoon worden geprogrammeerd en dan bent u klaar om uw marifoon te gebruiken. De codes zijn persoonsgebonden, dus mocht u uw schip verkopen en de marifoon aan boord is geprogrammeerd met uw codes, dan moeten deze uit de marifoon worden verwijderd of worden overschreven met de codes van de nieuwe eigenaar.

Bij het gebruik van uw marifoon moet u zich aan de Etherdiscipline houden zoals deze staan omschreven in het handboek Marifonie. De juiste kanalen moeten worden uitgeluisterd. Wanneer u klaar bent met spreken dan zegt u “over”. Het kustwachtcentrum heeft altijd de leiding in het gesprek. Er is geheimhoudingsplicht van alles wat u hoort via de marifoon. Altijd eerst uw naam melden, daarna waar u zich bevindt en dan wat uw bedoelingen zijn. In Nederland kan dit gewoon in het Nederlands. Internationaal kan dit in het Engels.

AIS Zien en Gezien worden

ais TargetIntercept

Een AIS (Automatic Identification System) is geprogrammeerd met de gegevens van uw schip en uw ATIS – & MMSI nummer. Deze gegevens zendt uw AIS uit. Daarmee bent u zichtbaar voor andere schepen in uw buurt.

Om een AIS aan boord te mogen hebben, moet u beschikken over het basiscertificaat marifonie en moet u naast de ATIS-code ook een MMSI-code aanvragen bij Agentschap Telecom.

Er zijn 3 klassen in de AIS. –  AIS class A is voor beroepsschepen die onder SOLAS varen. Dan is er de iets minder uitgebreide versie AIS class A Inland. Deze zijn voor de beroepsvaart en voor schepen groter dan 20 meter of met een blokfactor groter dan 100m3.  Class A AIS moet worden voorzien van een keuringscertificaat. De AIS class B is voor de pleziervaart. Omdat Class A voor Class B gaat, worden de gegevens van de Class B niet real-time uitgezonden, soms zit daar een tijdruimte tussen van 10 of 15 minuten. Dat is wel iets om op het binnenwater rekening mee te houden.

Er zijn AIS transponders die voorzien zijn van een stille modus. Hiermee kunt u wel de schepen om u heen zien, maar zij zien u niet.

Een AIS is geprogrammeerd met de scheepsgegevens, uw ATIS-code en uw MMSI-code. In een dreigende situatie bij het benaderen van een schip kunnen deze elkaar altijd oproepen via de marifoon, want de roepnamen zijn immers bekend.

Veel mensen proberen hun AIS te controleren op een site zoals Marine Traffic e.d. en lopen er dan tegen aan dat hun schip niet zichtbaar is. Het kan natuurlijk zijn dat de AIS niet goed functioneert, maar dat is meestal niet het geval. Marine Traffic werkt in Nederland met walstations. Dat zijn vrijwilligers die met een AIS ontvanger de signalen in hun buurt opvangen, en deze gegevens vervolgens via internet doorgeven aan de Marine Traffic server. Sommige gebieden hebben weinig of geen walstations en dan is er dus ook geen signaal wat wordt doorgegeven aan Marine Traffic. De beste manier om de werking van uw AIS te controleren is om een schip in de buurt op te roepen en te vragen of u voor hen via de AIS zichtbaar bent.

Mocht u niet zichtbaar zijn op Marine Traffic of een dergelijke site, dan betekend dat dus niet dat u voor andere schepen onzichtbaar bent!

navigatiekaart Mijn kaart is niet zichtbaar op de plotter

Om uw kaart te laten functioneren in uw plotter, moeten er aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • Het type kaart moet bij de plotter passen. (Hoeft niet up-to-date te zijn om te kunnen functioneren, moet natuurlijk wel geprogrammeerd zijn)
  • Uw plotter moet ingesteld zijn op het juiste type kaart: in het menu kunt u uw kaart selecteren (Navionics/C-Map/Lighthouse). Bij de nieuwe Raymarine displays moet in elke app waar de kaart wordt gebruikt, opnieuw de kaartselectie worden uitgevoerd:
  • 1. Selecteer vanuit het opstartscherm de kaart app.
  • 2. Druk rechtsbovenin het scherm op de 3 horizontale streepjes. Er verschijnt nu een menu. Scroll naar beneden in dit menu en druk op de 3 tandwieltjes.
  • 3. Nu kunt u de Navionics kaart selecteren. Wanneer er 2 navionicskaarten getoond worden, dan selecteert u de bovenste navionics kaart.
  • Wanneer u nog een ouder model plotter heeft met de Navionics CF kaart, dan is de kans groot dat uw plotter de hoeveelheid data op de kaart na een update, niet meer aan kan. Controleer altijd eerst of uw plotter en kaart nog geschikt is voor een update (compatibilty-check):

navigatiekaart Updaten van uw navigatiekaart

De meeste plotters werken met navigatiekaarten van Navionics en/of C-Map. De Garmin-plotters hebben eigen Garmin kaarten.

Raymarine heeft ook eigen kaarten ontwikkeld, de Lighthousekaarten. Voor het gebied Nederland zijn deze nog niet beschikbaar.

Wij kunnen voor u  kaarten updaten van Navionics en C-Map.

Dit kunt u ook zelf online doen, daarvoor moet u dan een account aanmaken bij Navionics of C-Map. Lees heel goed de aanwijzingen op het scherm! We horen van veel klanten dat het ingewikkeld is en de kans dat het dan fout gaat is groot. Probeer niet om een kopie van uw kaart te maken op uw computer voor of tijdens het programmeren. De kaart is hiertegen beveiligd en kan dan niet meer worden gebruikt.

Wanneer u liever wilt dat wij het doen, dan hebben wij uw “oude”kaart hier nodig. Hiermee wordt uw update-kaart geactiveerd en kunnen wij deze voor u programmeren met het gewenste gebied. U hoeft niet hetzelfde gebied te kiezen, op uw updatekaart mag u een ander gebied (laten) programmeren dan wat op de ouder kaart stond.

U bent ook zeker niet verplicht om dit ieder jaar te (laten) doen. ook kaarten van 2 of 3 jaar oud kunnen nog ge-update worden

Wanneer u een ouder type plotter aan boord heeft met een Navionics CF kaart, dan kan het zijn dat de plotter de hoeveelheid data niet kan verwerken na een update van de kaart. Navionics heeft deze benoemd in een lijst. Deze staan onder het kopje “Limited capacity” in de lijst. Wanneer u nog graag een nieuwe Navionics CF-kaart , of een update van uw CF kaart wilt hebben, dan kan dit alleen nog door contact op te nemen met Navionics ( via de Helpdesk op Navionics.com ). Wij kunnen deze kaarten en updates niet meer voor u bestellen en/of programmeren.

Voor de NT+ kaarten van C-Map zijn geen updates en geen nieuwe kaarten meer beschikbaar!

DST810 Kalibreren van uw DST810

Stap 1. Download de Cast-App

CAST-app is beschikbaar voor iOS- en Android-apparaten en kan worden gedownload uit de Apple App Store of Google Play Store.

  1. Ga naar de App Store (iOS) of Play Store (Android)
  2. Zoek naar “Airmar” en download de gratis Airmar CAST-app.
  3. Zorg ervoor dat Bluetooth® is ingeschakeld op uw apparaat. CAST-app gebruikt Bluetooth Low Energy, waarvoor geen koppeling vereist is. De app zoekt automatisch naar apparaten binnen bereik, dus u hoeft niet het Bluetooth-menu van uw apparaat openen.
  1. Open de Airmar CAST-app.

Alle compatibele Airmar-apparaten binnen bereik worden weergegeven op de lijst met apparaten. Selecteer uw apparaat in de lijst om verbinding te maken.

Opmerking: zorg ervoor dat u zich zo dicht mogelijk bij het apparaat bevindt terwijl u probeert deze aan te sluiten.

De Bluetooth-antenne in een DST810 bevindt zich in de buurt van de bedrukte dop, maar er zijn veel dingen op een boot die een Bluetooth-signaal kunnen verzwakken: Grote objecten zoals brandstoftanks of schotten kunnen de signaalsterkte beïnvloeden. Water blokkeert ook een Bluetooth-signaal

airmar app

Stap 2. Maak de connectie

1.Zorg dat de Airmar sensor is ingeschakeld.

2.Open de Airmar CAST-app op uw telefoon of tablet om een ​​lijst met apparaten binnen bereik te zien. Het is niet nodig om te “koppelen” met het apparaat. Op de apparaatzoekpagina in de app wordt een lijst met beschikbare sensoren weergegeven:

3.Als u nog nooit eerder verbinding heeft gemaakt met een specifieke sensor, wordt de DST810, met een pictogram weergegeven. Als uw telefoon of tablet eerder verbinding heeft gemaakt met een beschikbare sensor, zal deze worden getoond met de eigen naam en serienummer.

Opmerking: probeer de eerste verbinding met uw apparaat te maken in een drukke gebied, zoals een jachthaven, moeilijk kan zijn. Zorg ervoor dat u verbinding maakt met uw apparaat en niet een sensor in de buurt die ook is ingeschakeld. Indien meerdere sensoren aanwezig zijn op de Device Search-pagina, ga naar een minder drukke locatie om de eerste verbinding uit te voeren.

4.Tik op je sensor in de lijst om de verbinding te starten. De eerste keer dat je verbinding maakt, zal de app u vragen om de laatste drie cijfers van het apparaat in te voeren serienummer. Het serienummer vindt u op het garantielabel bevestigd aan de kabel in de buurt van de sensor. Als het etiket niet gemakkelijk toegankelijk is,  dan kunt u het serienummer ook vinden via het NMEA 2000 netwerk met een aangesloten MFD of instrumentendisplay. U hoeft alleen het serienummer bij de eerste verbinding te verifiëren. (Indien u verbinding maakt vanaf een ander apparaat of de app verwijdert en opnieuw installeert , dan heeft u het serienummer wel opnieuw nodig.)

airmar2

Stap 3. Geef de sensor een naam

De eerste keer dat u verbinding maakt met uw DST810, wordt het apparaat weergegeven als “DST810” in het zoekmenu. Deze weergavenaam kan worden aangepast met de knop “Customize”.

Selecteer het pictogram dat wordt weergegeven op de hiel-/trimmeter en voer een eigen naam (friendly name) voor de DST810. Deze naam, samen met het serienummer van het apparaat, wordt op uw apparaat opgeslagen en zo wordt deze voortaan ook getoond in de app.

Opmerking: het serienummer en de eigen naam worden lokaal opgeslagen in de Airmar CAST-app, niet in de sensor. Als u verbinding maakt met de sensor met een andere smartphone, wordt de eigen naam niet weergegeven totdat u maak verbinding en geef het apparaat een naam. Het invoeren van een naam heeft geen invloed op namen die al op andere smartphones zijn opgeslagen

Airmar3

Stap 4. Weergave standaard data

Eenmaal verbonden met uw apparaat, geeft de CAST-app de gegevens weer die beschikbaar zijn vanaf het apparaat. De DST810 zal Diepte weergeven (hieronder:transducer), snelheid (snelheid door water) en temperatuur (watertemperatuur).

Standaard is de uitvoer van de houding (hiel en trim) uitgeschakeld.

Een gegevensveld dat “‐” weergeeft, is uitgeschakeld of retourneert geen geldige waarde. Als Diepte geen getal weergeeft, controleer dan of de urethaanzijde van de sensor staat in contact met het water. Als de waterdiepte groter is dan het maximale bereik van de sensor, er wordt geen diepte geretourneerd en “‐” zal te zien zijn.

De weergave van de snelheidsmeter toont een aanvankelijk bereik van 0 – 15 kn (dit bereik worden aangepast op basis van de geselecteerde eenheden). Naarmate de snelheid toeneemt, wordt bereik van de snelheidsmeter wordt automatisch aangepast om ervoor te zorgen dat de snelheid is altijd goed leesbaar.

Opmerking: Als er een positieve diepte-offset is opgeslagen op de sensor, wordt de CAST app geeft “Diepte onder het oppervlak” weer. Als er een negatieve offset waarde is opgeslagen waarde, dan geeft de CAST-app ‘Diepte onder kiel’ weer.

Airmar4

Stap 5 Kalibratie

1.Swipe links naar de Offset-pagina

2.Tik op de pijl naar beneden rechts van de trim

3.Als er nog geen offset is geprogrammeerd ( 0 graden voor zowel heel als trim ), de app zal u adviseren om de sensor te kalibreren.

4.Zorg dat de boot redelijk stil ligt. Druk op de cirkel “Hold to calibrate” en houd deze vast. De app begint met het berekenen van een gemiddelde pitch en roll-waarde gedurende ongeveer 10 seconden en een oranje balk geeft de voortgang weer. Zodra de balk groen knippert, zal de gemiddelde waarde voor zowel hiel als trim automatisch de offsetvelden vullen en de waarde (Value)  zou ongeveer 0 graden moeten aangeven

Airmar5